Op Prinsjesdag, de derde dinsdag in september, worden traditioneel de plannen van het kabinet bekendgemaakt. De hamvraag is: wat gaat de regering doen met onze koopkracht? Hoe houden we met zijn allen het hoofd boven water?

Er is een omvangrijk ‘pakket’ (zo heet dat in Haags jargon) aangekondigd om het verlies aan koopkracht op te vangen. Daarvoor wil het kabinet zo’n 18 miljard euro uittrekken.  Er zijn allerlei knoppen waaraan de regering kan draaien. Er kan iets gedaan worden met belastingen voor burgers en bedrijven, je kunt iets doen in het sociale zekerheidsstelsel en er is ook nog zoiets als het geven van toeslagen. Of het matigen van prijzen voor energie.

Belasting gaat omhoog
Kijken we naar de belastingen dan valt op dat de regering de belasting voor bedrijven wil verhogen. Nu betalen bedrijven 15% vennootschapsbelasting in de laagste schijf, dat gaat naar 19%. Dat is een eerste inkomstenpost voor de overheid. Verder krijgen vermogenden te maken met hogere belastingen. De belasting op spaargeld en een tweede huis gaat omhoog, van 31% nu tot 34%. Dat zal niet in een keer gebeuren, maar vindt plaats in stapjes. Ook de belasting die energiebedrijven betalen, de mijnbouwheffing, gaat omhoog. Het kabinet vindt dat zij teveel winst maken en dat zij best een steentje bij mogen dragen. Ook dga’s, mensen met een BV, moeten meer belasting gaan betalen. Dat moet zo’n 540 miljoen opleveren voor de staatskas. En zzp’ers zullen straks geconfronteerd worden met een snellere afbouw van de zelfstandigenaftrek. Ze betalen dan over een groter gedeelte van hun inkomen belasting. Al met al zijn dit maatregelen die geld opleveren voor de staat.

Wat gebeurt er om de lasten te verlichten?
Hoe gaat de overheid het geld dat zij extra binnenkrijgt dan verdelen om lasten te verlichten?  De belasting op arbeid wordt bijvoorbeeld verlaagd. De arbeidskorting gaat omhoog, waardoor werkenden een grotere korting ontvangen op het te betalen belastingbedrag. En het tarief voor de eerste schijf inkomstenbelasting gaat omlaag. Mensen met een inkomen tot zo’n 70.000 euro profiteren daar direct van, dus bereikt die tariefsverlaging hele grote groepen van de bevolking. Veel mensen zullen dat merken in de portemonnee. Ook het heffingsvrije vermogen in box 3 stijgt, van 50.650 tot 57.000 euro. Mensen met enkele tienduizenden euro’s spaargeld zullen zo een kleine verlichting kunnen voelen. En er komt een plafond voor de kosten van energie.

Inflatie
Samenvattend kunnen we zeggen dat de inflatie voor een groot deel aangewakkerd is door hoge energieprijzen. Het kabinet tracht met haar plannen het koopkrachtverlies, dat dit jaar al gauw 8% gemiddeld bedraagt, te compenseren. Burgers met een inkomen tot 70.000 euro, met een klein vermogen (tot 57.000 per persoon) zullen er naar verwachting op vooruitgaan. Bedrijven en vermogenden betalen, tezamen met energiebedrijven, de rekening.

Wil je weten wat deze maatregelen voor jou persoonlijk betekenen neem dan contact op met een gecertificeerd financieel planner. Binnen ons kantoor is dat George Hoogkamer CFP ®  Die kan samen met jou kijken wat de gevolgen zijn voor jouw financiële situatie.