Wetsvoorstel nieuw pensioenstelsel in vogelvlucht

Op 16 december 2020  publiceerde het ministerie van SZW de consultatieversie van het Wetsvoorstel Wet toekomst pensioenen. Daarin staan details over het nieuwe pensioenstelsel. We zijn blij met deze stap. De komende tijd zijn we druk met het maken van nadere analyses. Kunnen pensioenfondsen ermee uit de voeten? Wat ontbreekt nog? Nu alvast de hoofdlijnen van het wetsvoorstel.

De regels voor pensioencontacten
De regels voor het ‘nieuwe pensioencontract’ staan in het wetsvoorstel. Voor de verbeterde premieregeling komen enkele nieuwe regels vanuit het pensioenakkoord. Zo kan de uitkering automatisch variabel worden als de deelnemer niet binnen een bepaalde termijn kiest tussen een vaste of een variabele uitkering. En als bij de variabele uitkering het beleggingsrisico collectief wordt gedeeld, mogen er op voorhand geen herverdelingseffecten zijn tussen leeftijdsgroepen.

Fiscale focus op premie, het FTK niet helemaal weg
De fiscale focus ligt op de premie, niet langer op de opbouw. Uitkeringsovereenkomsten die niet worden ingevaren blijven onder het financieel toetsingskader inzake pensioenfondsen (het FTK) vallen. Het FTK geldt ook voor vaste uitkeringen bij de flexibele premieregeling.

Transitiefase tussen 2022 en 2026
Na inwerkingtreding van dit wetsvoorstel ontstaat van 2022 tot 2026 een transitiefase naar het nieuwe pensioenstelsel. Om een zorgvuldige overgang mogelijk te maken, wordt het FTK tijdelijk aangepast voor pensioenfondsen die invaren. Dat ‘transitie-FTK’ is optioneel. Pensioenfondsen die hiervan gebruik maken groeien vanaf 2022 naar een richtdekkingsgraad van (ten minste) 95% die bij het invaren of uiterlijk 1 januari 2026 bereikt moet zijn. Dat werkt het fonds uit in een overbruggingsplan. De indexatiedrempel wordt ook tijdelijk verlaagd van 110% dekkingsgraad naar 105%.

Informatievoorschriften gaan passen bij nieuwe premieregelingen
Een nieuwe open norm strekt tot adequate keuzebegeleiding. Een (digitale) keuzeomgeving moet een deelnemer in staat stellen om een passende keuze te maken. Ook worden de uitkomsten uit de evaluatie van de Wet pensioencommunicatie verwerkt.

Nabestaandenpensioen standaard op risicobasis in de opbouwfase
En het wordt een percentage van het salaris. Uiterlijk aan het eind van de transitieperiode moet het nabestaandenpensioen zijn aangepast. Standaard invaren geldt ook voor opgebouwd nabestaandenpensioen. Maar de dekking mag niet wijzigen. Dit ter bescherming van de nabestaanden van overleden gewezen deelnemers.

Er komt experimenteerruimte voor pensioenopbouw door zelfstandigen
Hiermee wordt het voor zelfstandigen mogelijk om zich vrijwillig aan te sluiten bij een pensioenregeling in de tweede pijler.

Alleen premieovereenkomsten maar wel in 4 varianten
De Pensioenwet kent 3 contracttypen: de uitkeringsovereenkomst, de kapitaalovereenkomst en de premieovereenkomst. Straks blijft alleen de premieovereenkomst over. Daarmee is duidelijk dat het pensioenresultaat afhangt van de premie, het rendement op de beleggingen en de rentestand. Er zijn wel 4 typen premieovereenkomst.

1. Een nieuwe premieovereenkomst (het ‘nieuwe pensioencontract’)
2. Een verbeterde premieovereenkomst (de ‘verbeterde premieregeling’)
3. Een premie-uitkeringsovereenkomst (alleen voor verzekeraars)
4. Een premie-kapitaalovereenkomst (alleen voor verzekeraars)

Grote veranderingen: welkom bij de premieregeling
Dat er in het nieuwe stelsel alleen premieregelingen zijn, is een grote verandering. Want momenteel zijn er veel uitkeringsregelingen. Er verandert veel. Straks zijn er geen aanspraken meer. En de risicovrije rente maakt plaats voor verwacht rendement. Een ander kenmerk is dat het beleggingsbeleid leeftijdsafhankelijk is. De uitkeringen zijn straks variabel. En risicodeling tussen deelnemers is gerichter.

De premieregelingen verschillen zeer van uitkeringsregelingen
We zetten op een rij hoe het er straks uit ziet:

  • Er zijn geen aanspraken meer
    In plaats daarvan is er voor iedereen een pensioenvermogen gereserveerd. Dit pensioenvermogen groeit door premies en behaalde beleggingsrendementen.
  • De risicovrije rente maakt plaats voor verwacht rendement
    Zonder aanspraken is het ook niet langer nodig om met de risicovrije rente te rekenen in de opbouwfase. De premie bepaal je op basis van een verwacht rendement.
  • Het beleggingsbeleid wordt leeftijdsafhankelijk
    En afhankelijk van de risicohouding van de deelnemers. Jong kan meer risico nemen, gericht op koopkrachtbehoud. Oud neemt minder risico en richt zich op een stabieler pensioen.
  • Na je pensioen heb je een variabele uitkering
    Op pensioenleeftijd koop je een uitkering aan. Die uitkering wijzigt jaarlijks afhankelijk van de beleggingsrendementen, rente en levensverwachting.
  • Gerichte risicodeling
    Binnen beide premieregelingen is er sprake van risicodeling. In de opbouwfase is er dekking van nabestaandenpensioen en arbeidsongeschiktheid. In de uitkeringsfase worden langleven-, beleggings- en renterisico gedeeld. Daarnaast maakt een solidariteitsreserve deling tussen (toekomstige) opbouw- en uitkeringsfase mogelijk.

Verschillen tussen de twee premieregelingen
De twee premieregelingen lijken bijzonder veel op elkaar. De verschillen tussen de twee premieregelingen zitten met name in beleggingsbeleid en keuzevrijheid. Hoe zit het?

  • Het nieuwe contract staat lenen toe
    Het nieuwe contract start met het collectieve beleggingsbeleid en verdeelt behaald rendement via leeftijdsafhankelijke regels. Je kan daardoor in theorie jongeren 200% in aandelen laten beleggen. Daarvoor moeten ze wel lenen bij anderen. In de verbeterde premieregeling bestaat deze mogelijkheid niet.
  • Maar verbeterde premieregeling kent meer keuzevrijheid
    Binnen de verbeterde premieregeling kan je een deelnemer keuzevrijheid geven in beleggingsbeleid, maar dat hoeft niet. Wel kan een deelnemer altijd kiezen voor een vaste of een variabele uitkering. Ook kan de deelnemer kiezen voor een lagere of hogere uitkering bij aanvang. Binnen het nieuwe contract lijkt die keuzevrijheid voor de deelnemer er niet.

Ondernemingspensioenfondsen en algemeen pensioenfondsen hebben minder mogelijkheden
Alhoewel de regelingen dus erg veel op elkaar lijken is er geen gelijk speelveld tussen de regelingen. Zoals het er nu staat is een solidariteitsreserve in combinatie met een verbeterde premieregeling niet mogelijk voor een ondernemingspensioenfonds of een algemeen pensioenfonds. Een ondernemingspensioenfonds of een algemeen pensioenfonds wordt gedwongen te kiezen tussen keuzevrijheid of risicodeling via een solidariteitsreserve. Andere fondsen kunnen die combinatie wel maken. Daardoor is er geen gelijk speelveld tussen pensioenfondsen.

Gelijk speelveld was wel beloofd in het pensioenakkoord van 5 juni 2019. Iets dat daarom snel moet worden rechtgetrokken.

Lagere regelgeving nog onbekend maar van grote invloed
In de Hoofdlijnennotitie van juni 2020 staan de hoofdlijnen van het pensioenakkoord. Nu worden de hoofdlijnen verder uitgewerkt in de concept wet- en regelgeving. Maar in het wetsvoorstel staat maar liefst 15 keer dat in lagere regelgeving nadere regels worden gesteld of kunnen worden gesteld. Het ministerie van SZW werkt die lagere regelgeving pas volgend jaar uit. We kunnen het wetsvoorstel dus pas goed beoordelen als de lagere regelgeving er in concept is.

Wat gebeurt er in de periode van de radiostilte
De consultatie loopt tot en met 12 februari 2021. Daarna is er radiostilte tot juni. Eerst stemt het ministerie van SZW de resultaten van de consultatie af met de partijen bij het pensioenakkoord, de pensioenkoepels en de toezichthouders. Daarna toetsen DNB en AFM, de Belastingdienst, het Adviescollege toetsing regeldruk en het College voor de Rechten van de Mens. Daarna adviseert de Raad van State. Volgens planning wordt het wetsvoorstel in juni 2021 bij de Tweede Kamer ingediend. De lagere regelgeving gaat pas naar de Raad van State voor advies nadat de Tweede Kamer heeft ingestemd met het wetsvoorstel. Het ministerie van SZW gaat nog steeds uit van inwerkingtreding op 1 januari 2022. Dat is volgens ons heel ambitieus.

Top: We zijn blij met deze stap op weg naar een persoonlijker pensioen.